Como se fala "aanhankelijk" em inglês

NL

"aanhankelijk" em inglês

NL aanhankelijk
volume_up
{adjetivo}

aanhankelijk (também: toegenegen, gehecht, liefdevol, liefhebbend)
aanhankelijk (também: toegenegen, gehecht, opofferingsgezind, toegewijd)
aanhankelijk (também: toegenegen, gehecht, opofferingsgezind)
aanhankelijk (também: kleverig)
volume_up
clingy {adj.}